• Home
  • /Ridgeback Info

Ridgeback Info

De oorsprong:

De Rhodesian Ridgeback (of Pronkrug) is afkomstig uit Zuid-Afrika.
Het ras dankt haar naam aan de Pronk, de streep die over de rug van de hond loopt, en al voorkwam bij de Afrikaanse Hottentot jachthond.
Nakomelingen van deze honden werden gekruist met de lopende jachthonden en Dogachtigen.
De belangrijkste inslag is die van de Pointer en de Bloedhond.

Kolonisten namen 200 jaar geleden werkhonden mee en fokten op de werkeigenschappen en bewakingskwaliteiten.
Ze fokten zonder acht te slaan op de raszuiverheid, maar ondanks dat alles bleef de Ridge of Pronk bestaan.
De samensmelting van Europese rassen met de Hottentot jachthond resulteerden in de voorouders van de huidige Pronkrug.
In zijn vaderland wordt de Ridgeback gebruikt als staande hond, apporteur, drijver en voor de jacht op groot wild.
Hij jaagt in meutes van vaak drie honden op luipaard, buffel, antilope en de leeuw.
Vandaar dat de Ridgeback ook nog wel eens leeuwhond wordt genoemd.

De Rhodesian Ridgeback is in ons land ingedeeld bij de rasgroep lopende honden. (F.C.I. Rasgroep 6 )

Verschijning:

Grootte: middelgroot.ridges
Hoofd: breed, tussen de oren een duidelijke stop, lange sterke voorsnuit.
Ogen: rond, kleur harmonieert met de kleur van de vacht.
Oren: middelgroot, hoog aangezet, hangend (vouwend naar voren)
Staart: sterk breed bij aanzet, niet te hoog noch te laag aangezet en dient in lichte welving gedragen te worden.
Vacht: kort, zacht en glanzend.
Kleur: van lichtkoren tot warmrood, iets wit op de borst en tenen is toegestaan.
Schouderhoogte: tussen de 62 en 69 cm. (Teef 62/65 cm, Reu 65/69 cm)
Gewicht: tussen de 35 en 45 kilo.

Bijzonderheden: op de rug bevindt zich de ridge, dit is een streep waarin de haren de tegenovergestelde richting op groeien dus naar het hoofd toe.
Ter hoogte van de schoft bevindt zich een uitloop (de box) met aan weerszijden twee kronen of kruinen.
De ridge is ca. 5 cm breed en in een punt toelopend.

Gewenst karakter beeld:

Aard: aanhankelijk, gehoorzaam, lief voor kinderen, intelligent, sterke bewakingsdrift, energiek, waaks en vriendelijk.

De Ridgebacks kunnen we omschrijven als gereserveerde onafhankelijke honden.
Evenals de herdershonden en de drijfhonden zijn het werkers die hun tijd niet verspillen aan overdreven hartelijkheid jegens de mens.
De Ridgeback is behoorlijk koppig en eigenwijs, als je hem 1 vinger geeft neemt hij de hele hand.
Een Ridgeback eigenaar moet goed weten wat hij wel of niet wil en het moet van meet af aan duidelijk zijn wie van de twee het laatste woord heeft.
Zijn de verhoudingen eenmaal duidelijk dan is de Ridgeback een uiterst vriendelijke gezinshond die zowel zijn baas als zijn eigendommen zal beschermen als geen ander.
Dat alles maakt dat de Ridgeback een lastpak kan zijn, zeer bewegelijk, koppig en overdreven in alles!

Hij heeft liefdevolle opvoeders nodig die rustig, consequent en geduldig zijn.

Gehoorzaamheidstraining:

Zoals bij zoveel rassen is het ook bij de Ridgeback aan te raden om gehoorzaamheidstraining te volgen.
De Ridgeback is een gevoelige hond die er niet goed tegen kan om met harde hand te worden getraind.
Een Ridgeback reageert heel goed op een positieve training maar deze moet wel consequent zijn “Ja is Ja” en “Nee is Nee”.
De houding van deze hondensoort is niet die van onderdanigheid maar die van een ‘partner’.
Dus start met de Ridgeback bij een hondensportvereniging met de puppy cursus want hoe vroeger deze pup alles leert, hoe beter het is.

verzorging

Lichamelijke verzorging:

Het belangrijkste voor de Rhodesian Ridgeback is het op peil houden van de conditie.
Uiteraard moet de voer conditie goed zij maar vooral ook de spier conditie.
Ondanks dat de Ridgeback lekker opgerold kan liggen slapen is het een hond met een grote activiteit.
Zijn baas moet daar op inspelen en hem dus veel laten doen om de spieren goed te kunnen ontwikkelen. Dit kan men doen door veel met de Ridgeback te lopen het fietsen is daarbij een prima methode, maar kan pas op de leeftijd van ongeveer 1jaar, dus nadat de hond is uitgegroeid.
Tot die tijd kan men de hond door middel van wandelingen veel beweging geven.
De vacht kan men verzorgen door middel van een rubberen borstel, waarmee de dode haren regelmatig uitgekamd dienen te worden.
Ook het gebit heeft enige verzorging nodig het liefst eenmaal per week met een gaasje zachtjes langs de tanden schuren.
Ook de nagels van de hond moet men regelmatig bij houden en niet te vergeten zijn oren.

Leer de hond jong dat u overal aan/in mag zitten anders kan het op latere leeftijd een grote worstel partij worden.

Erfelijke afwijkingen:

De Dermoïd sinus afgekort de D.S. komt bij de Rhodesian Ridgeback van tijd tot tijd voor.
Er is sprake van een aangeboren afwijking, die zeer waarschijnlijk erfelijk is.
Het gebied waar in de D.S. voor komt is over de gehele “meridiaan” dus de gehele rug lijn van schedel tot staart.
Een D.S. ontstaat ten gevolge van het onvoldoende splitsen van de embryonale weefsels die enerzijds de huid en anderzijds het centraal zenuwstelsel zullen gaan vormen. Het gevolg is een onder de huid gelegen spiraal (buisje) dat aan de binnenzijde is bekleed met huid.
Zo’n spiraal voelt meestal aan als een vrij stevig buisje dat in de diepte minder voelbaar wordt, aan de oppervlakte, in de huid is dan een klein gaatje te zien. De aanwezigheid van een D.S. bij de hond zal in de regel geen problemen opleveren, deze ontstaan pas als er zich een bacteriële infectie voor doet in de D.S.
De meeste honden (pups) waar een D.S. is geconstateerd worden geopereerd om deze te verwijderen. Deze operatie vind meestal plaats wanneer de pup nog bij de fokker is.
Een pup die geopereerd is aan een D.S. kan later een normaal leven leiden. Uiteraard wordt er geadviseerd om met deze honden niet te fokken.

Ook kan er bij de Ridgeback pup een knik in zijn staart voor komen, dit is ook een van de afwijkingen die voor kunnen komen in ons ras.staart Een knikstaart bij de Ridgeback hoeft niet altijd zichtbaar te zijn, soms is de knik zo klein dat hij alleen maar te zien is als men een röntgenfoto maakt. Een Ridgeback met een knik in zijn staart hoeft daar in principe nooit last van te hebben. Ook met deze pups wordt geadviseerd om niet te fokken.

Deze erfelijke afwijkingen kunnen worden geconstateerd door de inventariseerders van de RRCN deze mensen zijn er voor opgeleid om de nesten van de fokkers te controleren op de verschillende aspecten.
Daarbij wordt de moeder en de pups individueel gecontroleerd rond de leeftijd van zes weken.